
Bereid uw gebouw voor op de toekomst: EPC-conforme renovaties

De meeste gebouwbeheerders, zowel publiek als privé, staan voor een zeer grote uitdaging om hun gebouwenpark te verduurzamen om te voldoen aan de wettelijke eisen.
De uitdaging
Tegen 2030 (2028 voor overheidsgebouwen) moeten bijvoorbeeld alle niet-residentiële gebouwen een energieprestatiecertificaat (EPC NR) hebben dat aantoont dat er minimaal een EPC-label E wordt gehaald, wat overeenkomt met 5 % hernieuwbare energie.
Stap voor stap zal deze eis hoger worden gelegd om zo de doelstellingen te kunnen halen.
Deze eisen zullen enkel gehaald kunnen worden door ingrijpend na te denken over het energieverbruik van onze gebouwen. Elk van volgende deelaspecten is daarbij onmisbaar:
* Hoe kan het energieverbruik van het gebouw sterk verminderd worden?
* Hoe kan worden toegestreefd naar volledig fossielvrije verwarming?
* Hoe kan lokale hernieuwbare energie maximaal geïntegreerd worden?
* Hoe kan het energieverbruik laag blijven?
Dit telkens met voldoende aandacht voor de werking van het gebouw, het gebruikerscomfort en een realistische fasering die werkbaar is voor de gebouweigenaar en gebouwgebruikers.

Kader: EPC voor niet-residentiële gebouwen en labelverplichting
Alle gewesten in België streven onder invloed van Europa naar een koolstofneutraal gebouwenpark tegen 2050, met een voorbeeldrol voor overheidsgebouwen en publieke gebouwen.
De diverse overheden stellen dan ook kaders op om deze doelstellingen op te volgen. In Vlaanderen werd bijvoorbeeld het energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen (EPC NR) in het leven geroepen. Alle overheidsgebouwen en publieke gebouwen (zorginstellingen, publieke instellingen zoals musea, kantoorgebouwen, onderwijs- en onderzoeksinstellingen,…) en alle niet-publieke gebouwen groter dan 1.000 m² (bv. kantoorgebouwen) moeten vandaag al beschikken over een dergelijk EPC, ongeacht of er sprake is van verkoop of verhuur. Vanaf 2026 wordt dit verplicht voor álle niet-residentiële gebouwen.
Het EPC geeft per gebouw onder andere een energielabel mee dat gebaseerd is op hoeveel van de verbruikte energie lokaal hernieuwbaar wordt geproduceerd, van label X (onbepaald) over label G (geen hernieuwbare energie) tot label A (100 % van de verbruikte energie wordt lokaal hernieuwbaar geproduceerd). Een zeer belangrijk verschil met het residentiële EPC-kader is dat het EPC-label gebaseerd is op effectieve metingen en geen louter theoretische berekening. Het volstaat daardoor niet om éénmalige investeringen te doen. De opvolging van het energieverbruik is minstens even belangrijk.

Tegen 2030 (2028 voor overheidsgebouwen) moeten alle gebouwen een nieuw EPC NR hebben dat aantoont dat er minimaal een EPC-label E wordt gehaald, wat overeenkomt met 5 % hernieuwbare energie. Stap voor stap zal deze eis hoger worden gelegd om zo de doelstellingen te kunnen halen.
Ook in Brussel zijn er eisen opgelegd, gekoppeld aan het EPB-certificaat.
Het energiemasterplan
In een energiemasterplanstudie gaan we samen met de gebouweigenaar op zoek naar de antwoorden op vragen over de weg naar een fossielvrij gebouwenpark. Dit doen we ondersteund door diverse energetische, technische en financiële analyses.
.png)
Op maat
Elk van de deelvragen zal immers anders moeten beantwoord worden afhankelijk van de huidige situatie, de context en de functies van het gebouw of de site. Er zijn bijvoorbeeld grote verschillen tussen de aanpak voor een grote historische site op het platteland, voor een ziekenhuis aan de rand van de stad met uitbreidingsplannen of voor een kantoorgebouw in een dense stadsomgeving.
De stappen van een energiemasterplan
Bij het opstellen van een energiemasterplan bekijken we typisch volgende stappen, vertrekkend vanuit de noden van het gebouw of site, de gebouweigenaar of -beheerder:
Stap 1 Overzicht van het huidige energieverbruik en de diverse energiestromen van het gebouw of de site: waar stroomt de verbruikte energie vandaag zoal naartoe?
Stap 2 Overzicht van het verwachte toekomstig energieverbruik rekening houdend met eventuele bestaande uitbreidings-, verbouwings- en/of al gekende renovatieplannen
Stap 3 Overzicht van de geldende energiewetgeving en verplichtingen en wat dit betekent voor het gebouw of de site
Stap 4 Opmaken van een set van verbeteringsvoorstellen, volgens enkele scenario’s:
- Verbeteren van de bouwschil en/of de warmte-afgifte met als doel het energieverbruik te verminderen en de gebouwen klaar te maken voor fossielvrije warmteproductie
- Energiebesparing door het optimaliseren van de regeling
- Energie-efficiëntiemaatregelen op de technische installaties
- Fossielvrije warmteproductie
- Maximale integratie van hernieuwbare energie
Stap 5 Doorrekenen van de scenario’s, zowel technisch, energetisch als financieel
Stap 6 Evalueren van de scenario’s en inschatten van de impact op het energielabel
Stap 7 Opmaken van een faseringsvoorstel in lijn met het verstrengingspad van de verplichtingen en opmaak investeringstabel
Stap 8 Indien gewenst verder technisch verfijnen van het voorkeursscenario
Stap 9 Indien gewenst ondersteunen bij de verdere realisatie zoals subsidiebegeleiding, ondersteuning voor het aanstellen van een ESCO, opvolging van het energieverbruik,…
We gaan steeds op zoek naar lokale opportuniteiten die kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen, zoals lokale duurzame energiebronnen en nabijgelegen koppelprojecten.
.png)
Door lokale hernieuwbare energie en samenwerkingsmogelijkheden te benutten, maken we gebouwen toekomstbestendig en energiezuinig!
Case energiemasterplan voor de Bijlokesite in Gent
De Bijlokesite in Gent is een lappendeken van zeer waardevolle historische gebouwen met uiteenlopende functies en leeftijden. Op de site bevinden zich onder andere Muziekcentrum De Bijloke in het 13de eeuwse ziekenhuis, het stadsmuseum STAM in de 14de eeuwse abdijgebouwen en het 17de eeuwse kloostergebouw, het KASK en Conservatorium in de historische gebouwen van het oude stadsziekenhuis uit de 19de eeuw,… Door de hoge leeftijd van de gebouwen is het energieverbruik echter zeer hoog. Bovendien is er vandaag een sterk verouderd gedeeld verwarmingssysteem op de site. De uitdaging is om site aan te pakken zonder afbreuk te doen aan de erfgoedwaarde en de unieke historische atmosfeer te behouden.
In 2023-2024 voerde Ingenium in opdracht van de stad Gent en de HOGENT een energiemasterplanstudie uit voor deze prachtige en bijzondere site.

Langetermijnvisie
De doelstelling van deze studie was het opstellen van een langetermijnvisie en -energieconcept en een gefaseerd investeringsplan voor de site: het streven naar een aanzienlijke vermindering van de CO2-uitstoot, fossielvrije verwarming, verbeterd binnencomfort, verhoogde hernieuwbare energieproductie en het klaarmaken van de gebouwen voor de komende vijftig jaar.
Tijdens dit proces werd op basis van het technisch, energetisch, financieel en ruimtelijk doorrekenen van een aantal scenario’s een langetermijn doel vastgelegd, met tussenstappen om te voldoen aan wettelijke verplichtingen op korte termijn, zoals het EPC NR energielabel, verplichte PV-installaties, en renovatieverplichtingen. Dit steeds in nauw overleg met de stad Gent en de HOGENT, de beheerders en gebruikers van de site en de betrokken stedelijke diensten.
Een belangrijke stap van deze energiemasterplanstudie voor de Bijlokesite was het in kaart brengen van de mogelijkheden voor fossielvrije verwarming, een heuse uitdaging voor deze site. Het is een evenwichtsoefening tussen bouwschilingrepen met respect voor de erfgoedwaarde en de warmteafgifte (radiatoren, vloerverwarming, convectoren) om zo te komen tot aanvaardbare watertemperaturen voor warmtepompen. Fossielvrij verwarmen betekent daarnaast enerzijds een afweging tussen diverse warmtebronnen voor de warmtepompen en anderzijds de afweging tussen warmteproductie per gebouw of voor de hele site. Er werd bijvoorbeeld gezocht naar het potentieel van combinaties voor ondiepe geothermie (niet eenvoudig in een archeologisch rijk gebied), riothermie, aquathermie en de buitenlucht.
De stad en de HOGENT bekijken nu op basis van de energiemasterplanstudie de praktische stappen om de eerste investeringsfase te doen, met belangrijke impact op het EPC-NR-label.



Case routeplan klimaatneutrale stadsgebouwen in Brugge

De stad Brugge heeft een zeer groot en divers gebouwenpatrimonium. Het gaat bijvoorbeeld om scholen, musea, administratieve gebouwen, erfgoedgebouwen en sportinfrastructuur. De stad staat voor de bijzonder grote opgave dat elk van deze gebouwen grondig verduurzaamd moet worden.
Routeplan
Om de stad inzicht te geven in deze uitdaging, werd het project 'Routeplan klimaatneutrale stadsgebouwen' opgestart. Voor 67 gebouwen en sites werd een energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen (EPC-NR) opgemaakt. Vervolgens werd voor elk van deze gebouwen een uitgebreide analyse uitgevoerd om te kijken wat er nodig is voor een klimaatneutraal gebouwenpatrimonium. In het routeplan werden diverse energiebesparende maatregelen per gebouw of gebouwencluster opgenomen, zoals het isoleren van de diverse bouwschildelen, plaatsen van een warmtepomp, aansluiten op een warmtenet, aanpassen van de ventilatie, aanpassen van de warmteafgifte-elementen zoals radiatoren, plaatsen van zonnepanelen, relighting, regeltechnische optimalisatie,… elk met hun investeringskost, energiebesparing en CO2-reductie. Per gebouw gebeurde de controle of er werd voldaan aan de opgelegde wettelijke eisen.

Inzichten
Op deze manier heeft de stad inzicht in volgende elementen, zowel op gebouw- of siteniveau als op gebouwpatrimoniumniveau:
• De nodige investeringen en investeringskosten om te komen tot een klimaatneutraal stadspatrimonium
• Prioritisering van de investeringen
• De impact op het energielabel (EPC-NR) van elk van de doorgerekende energiebesparingsmaatregelen
• De impact op het energieverbruik van elk van de doorgerekende energiebesparingsmaatregelen
• De impact op de energiefactuur van elk van de doorgerekende energiebesparingsmaatregelen
• De impact op de totale CO2-uitstoot van het gebouwpatrimonium
• Visualisatie van de CRREM-curve (Carbon Risk Real Estate Monitor) of andere duurzaamheidsdoelstellingen
Dynamische opvolgtool
Al deze opgebouwde data werd gevisualiseerd in een dynamische omgeving. Deze omgeving laat toe dat de stad wijzigingen kan aanbrengen in de data. Zo kan de stad de uitvoeringsperiode van een bepaalde maatregel wijzigen, de uitgevoerde maatregelen evalueren, het energieverbruik per gebouw jaarlijks updaten, zelf maatregelen toevoegen,… Op die manier is het routeplan een werkinstrument voor de stad om ‘on track’ te blijven met de doelstellingen en te aligneren met de interne strategische doelstellingen.


Wil je meer weten over hoe de EPC-eisen te halen voor niet-residentiële gebouwen? Wij helpen u met een gedetailleerd energiemasterplan.
Neem contact op met onze expert Joris Dedecker: joris.dedecker@ingenium.be – 050 40 45 30.
Downloads
Neem contact met onze expert
Gerelateerde nieuwsberichten


Elektrificatie in de voedingsindustrie onder hoogspanning? Zet de juiste stappen met begeleiding
.png)